vrijdag 22 mei 2015

In het oranje de weg op

Onze nachtrust wordt deze ochtend redelijk wreed verstoord. Een haan en okay, het werd al licht, dus de haan deed alleen maar z’n werk, maar waarom precies onder mijn raam op nog geen meter afstand van mijn bedje, ik schrik met een hoedje! Het is hier, rondom onze bungalow, trouwens best gezellig qua dierenvolk, een paar honden, wat kipjes die rond scharrelen, af en toe komt er een ezeltje voorbij of een varkentje. En deze ochtend ligt er een poes te slapen op onze kussens op het kleine terrasje.

onze huurauto!

Rond kwart over 9 komt Stephen met de huurauto voorrijden. We schieten gelijk in de lach, dit meen je niet! Een grote, oude, knaloranje pick-up. Stephen zegt dat huurders gek zijn op deze auto en dat hij er misschien wel oud uitziet, maar dat het een prima auto is. We geloven hem direkt natuurlijk. De deurposten zitten aan elkaar geplakt met duct-tape, de bumper wordt aan elkaar gehouden met tie-wraps. Stephen legt nog even uit hoe de raampjes open en dicht gaan. Open is niet zo’n probleem, dicht moet je ze een beetje omhoog trekken, de laatste drie centimeter gaat niet meer dicht, dat hoort zo. De wegen op Maio zijn niet al te best, de maximale snelheid is hier 40 km/h, maar, zegt Stephen, als je 60 of 70 rijdt, lijkt het wel alsof je met 200 km/h over de weg gaat, zo slecht is de kwaliteit van de wegen. Later op de middag komen we achter de echte waarheid, de wegen zijn prima, het is de auto die 60 á 70 km/h niet meer aankan, alhoewel we dan ook niet helemaal zeker weten, want de snelheidsmeter is al wat jaartjes terug overleden. De berijdersstoel kan niet voor of achteruit en de bijrijdersstoel lijkt meer op een schommelstoel. Direct sturen zit er ook niet meer in, het stuur draait een kwartslag voordat er überhaupt iets gebeurd. Stephen geeft nog wat tips qua te bezoeken plaatsen en voor de zekerheid vraag ik zijn telefoonnummer, je weet immers maar nooit ;-).

We rijden eerst eens uitgebreid langs het zoutmeer bij Vila do Maio. Wow, wat een prachtig gebied is dit. In de winter stroomt er water van zee over de duinen, maar er komt ook zout water uit de grond geborreld. Als in april de droge tijd begint, droogt het meer langzaam op. In augustus verwordt het weer tot ‘wetland’ en herbergt het veel soorten vogels, die hier broeden. Het is dan ook een beschermd gebied en er wordt continue onderzoek gedaan. Het zout wordt geoogst van mei t/m juli en ze zijn er nu dan ook druk mee bezig. Overal liggen al hoopjes zout te drogen en hier en daar wordt het al in zakken geschept. Het zout wordt geëxporteerd naar de andere Kaapverdische eilanden.



Toen Maio werd ontdekt, had niemand interesse om hier te wonen of om er ook maar iets mee te doen. Totdat de Engelsen de zoutmeren ontdekten. Zij zijn toen begonnen met het exploiteren van deze meren en het zout werd naar Brazilië geëxporteerd. Portugal stond het oogluikend toe, ze hadden toch geen interesse in het eiland. In de 19e eeuw startte Brazilië zelf met de productie van zout en introduceerde een fikse import-taks voor zout uit andere landen. De zoutproduktie op Maio stortte volledig in. Vandaag de dag is het zoutmeer weer in gebruik, maar dan kleinschalig.


We rijden door naar het noorden, naar Morro. Een klein dorpje met een enorme toeristische ontwikkeling, althans, dat hadden ze ooit gehoopt. Achter de duinen staan drie complexen, deze kunnen honderden toeristen herbergen. Prachtige complexen, maar de airco’s hangen te verroesten aan de muur. Het zwembad staat al een paar jaar leeg. Alhoewel de trapjes zijn afgeschermd met scherpe stekels, weten we toch over een klein muurtje te klimmen, nieuwsgierig als we zijn. We lopen richting het zwembad, het lijkt wel een spookdorp, beetje griezelig. Maar wat zonde dat we het in zo’n toestand aantreffen. Hoe mooi kan je hier je vakantie doorbrengen, op slechts 20 meter van de prachtige stranden van Maio. Dan komt er ineens een blaffende hond op ons af. Shit! Met mijn ervaring van een hondenbeet in Thailand en ziekenhuisbezoeken die daarop volgden, rennen we weer richting het muurtje. Gelukkig zijn we op tijd weer op het veilige gedeelte, poehee, dit maar even niet meer doen…


Later op de middag horen we de achtergrond van deze drie complexen. De eerste (die wij binnengeslopen zijn) was ooit een florerend complex, totdat de overheid besloot om het vliegveld te renoveren (ik meen in 2006) en het voor een jaar te sluiten. Dit was de nekslag voor al het opgebouwde toerisme op het eiland, het hotel moest sluiten. Het tweede complex bestaat uit allemaal bungalows die gekocht konden worden door individuen. Er zijn meen ik 10 van de 40 huizen verkocht en de projectontwikkelaar is inmiddels met de noorderzon vertrokken. Het derde complex is een schrijnend verhaal. Gebouwd door een Fransman, een pedofiel. Hij haalde Afrikaanse jongetjes hierheen en de rest hoef ik niet uit te leggen denk ik. Gelukkig had de overheid vrij snel door wat hier gebeurde en heeft de eigenaar in de gevangenis gegooid en het complex geconfisqueerd. Het staat sinds die tijd te koop.

de prachtige lagune van Calheta

het dorpje Calheta

We rijden door naar Calheta, een lief dorpje aan een prachtige lagune. Op het strand liggen een paar vissersbootjes. De vissersbootjes op straat doen een beetje dienst kippenhok, de kipjes liggen lekker in de schaduw van de bootjes uit te rusten.


omleiding!
We rijden terug naar Vila do Maio voor een cachupa (het heerlijke Kaapverdische bonengerecht). Lunchen kan alleen in Vila, verder op het eiland zijn geen restaurantjes. Later rijden we de andere kant van het eiland op. Hier aan de zuidkust prachtige stranden. Allemaal verlaten, al het moois voor ons alleen.



Verder naar het noorden zien we rook uit de grond komen, wat zou dan zijn? Het blijkt de productie van houtskool te zijn. Er worden grote gaten gegraven, waarin acaciahout verdwijnt. Dit wordt aangestoken en toegedekt, er worden gaten vrijgehouden, waardoor een soort schoorsteentjes ontstaan waaruit de rook ontsnapt. Als het ‘klaar’ is, wordt het houtskool in zakken geschept en grotendeels naar de andere Kaapverdische eilanden geëxporteerd. Op Maio worden speciaal acaciabossen aangelegd en herbeplant voor deze houtskoolproductie.




Net als op Sao Vicente, doet onze auto ook hier goed dienst als ‘taxi’. Mensen vragen onderweg of ze mee mogen rijden en gelukkig heeft onze pickup een grote bak. Een vijftal bouwvakkers wil rond lunchtijd graag meerijden naar Vila do Maio. Met z’n vijven staan ze in het bakkie, doodeng, maar ze doen hier niet anders. ’s Middags nemen we een jonge dame mee, zij gaat op de achterbank zitten (we hebben een dubbele cabine) en gelijk heeft ze, bakkies zijn niet voor dames. Later op de middag komen we ze weer tegen, nu op de terugweg en weer geven we haar een lift. Even later een man, grote grijns met nog 1 tand. Hij roept iets (waarschijnlijk de plek waar hij eruit moet) en springt in ons bakkie. Een jolijtig ‘oké’ is het startsein dat we kunnen gaan rijden. Als hij eruit moet horen we hem weer roepen, weer die grote glimlach met die ene tand, ‘obrigada’! Zo leuk dit, kleine moeite en zo’n groot plezier!!

Geen opmerkingen: