woensdag 27 mei 2015

Hebben zij die rode bloemen ook gezien?

Dat is wat ik me vanmorgen afvroeg toen we in het concentratiekamp van Tarrafal rondliepen. Ja, een concentratiekamp. Dit mooie land met deze aardige mensen kenden ooit een concentratiekamp.
Opgezet door de Portugezen in 1936 om er de antifascisten in op te bergen. Er zaten zo’n 150 gevangenen in opgesloten, totdat het in 1954, onder internationaal protest, werd gesloten. In 1960 werd het heropend, deze keer om onafhankelijkheidsstrijders uit Cabo Verde, Guinee en Angola in op te sluiten. In 1974 is het definitief gesloten.


Nu is het een museum. De meeste barakken en gebouwen zijn nog in tact, dan wel gerestaureerd. In één barak wordt het verhaal verteld, vanaf het begin in 1936 tot de bevrijding in 1974. Toen het telegram kwam dat op 1 mei dat jaar het kamp gesloten zou worden, stroomden mensen van het hele eiland toe om hun geliefden op te halen of om ‘gewoon’ toe te kijken. De gevangenen kwamen huilend de poort uitgelopen.



Het hele verhaal wat in de barak verteld wordt, is helaas alleen in het Portugees. Vertalers of gidsen zijn er niet. Dus we krijgen niet mee wat er allemaal gebeurd is, wat de kampregels waren en hoe de gevangenen behandeld zijn. Misschien is het maar goed ook. Middenin de barak hangen lange lijsten met namen van mensen die hier ooit gezeten hebben. Naast de deur hangt een flinke lijst van gevangenen die hier het leven gelaten hebben.

links en rechts de panelen met namen van gevangenen

In een andere barak hangen grote foto’s, namen erbij, jaartallen erbij. Het zijn mensen die in de laatste periode, tot de bevrijding, hier gevangen gezeten hebben. Er staat een korte quote onder, in het Portugees. Met behulp van google-translate begrijp ik dat deze mensen zeggen dat de martelingen niet fysiek, dan wel psychologisch van aard waren. Ze waren beroofd van hun vrijheid en kregen slecht te eten. Velen kregen dysenterie door het eten van rotte vis. Als ze het kamp binnen kwamen, moesten ze eerst langs de kampcommandant. Hij las de kampregels aan hun voor. En wel zo dat de gevangenen doodsbang naar hun barak gebracht werden. De bijnaam van het kamp was ‘Campo da Morte Lenta’ ofwel ‘Kamp van de langzame dood’.



De barakken zijn te bezoeken. Ruimtes waarin je 4 goede boxsprings zou plaatsen, dan is het vol genoeg. De realiteit zal anders geweest zijn. Achterin één toilet. Je kan haast voelen hoe het hier geroken moet hebben.



Er zijn ook cellen, al denk ik (weet ik zeker) dat hier ook meerdere mensen in opgesloten werden. Een viertal ruimtes in één blok, hoe verder je naar achter gaat, hoe donkerder het wordt. Het is er eng, alsof je de angst van de gevangenen voelt.



Op de wanden zijn woorden, namen, spreuken, tekeningen gemaakt. Het is voor ons niet altijd duidelijk of ze van voor of na de bevrijding zijn, waarschijnlijk allebei. We vonden deze tekening, gemaakt door Luis Silva. Later vonden we zijn naam terug op de lijst die in de barak hangt, hij was een onafhankelijkheidsstrijder uit Guinee. We hebben niet gekeken of hij ook op de lijst van overledenen stond.




Voor één van de barakken staat een prachtige boom. Je ziet ze overal op Santiago, ze bloeien prachtige rode bloemen, soms lijkt wel of er een zwaar rood tapijt over de boom hangt. Al is deze niet zo groot en draagt hij een bescheiden aantal bloemen, hij valt me in deze naargeestige en droge omgeving. Zouden de gevangenen de bloemen ook gezien hebben? Konden ze genieten van de kleur? Of was het kampleven zo verschrikkelijk dat ze helemaal geen oog hadden voor deze boom? Ik hoop dat ze hoop geput hebben uit deze boom met z’n mooie bloemen.


Geen opmerkingen: